Rond de koffietafel



Er werd al lang over gepraat en uiteindelijk is het ervan gekomen. Een aparte hoek op de site voor bijdragen van de kampeerders. Alleen teksten (voorlopig?), anders is de site zo vol. Ik hou het recht (en de plicht) om zonodig in te korten, iets er niet bij te zetten, of lichtelijk te kuisen. De bedoeling is het weergeven van het kampleven op een zo gevarieerd mogelijke manier.


Lon opent het gebeuren, mogen er vele reacties volgen.



De oktobermaand naderde ongeveer haar einde, Janneke had haar 17e verjaardag met overtuiging gevierd en had met evenveel overtuiging haar zoveelste vriendje eruit gebonjourd. Te burgerlijk, was haar simpele commentaar.

De opvolger was allerminst burgerlijk te noemen, een grotere lul met oren had ik nog nooit gezien. Rustig blijven, commentaar voor je houden en vanzelf over laten gaan, en zo verliep het ook gelukkig.  Pieter is nu aan de beurt. Hij mag nog even blijven.

Het waren echter niet de bovenstaande liefdesperikelen van dochterlief die mijn eerste onrustige nacht veroorzaakten,

Ook zoneman 1 en 2 waren hier geen debet aan. Zelfs Mir moet ik van elke blaam zuiveren, waarbij gezegd moet worden dat slapeloze nachten mét Mir absoluut de moeite waard zijn en hopelijk nog lang zo blijven.

Nee, iets ondefinieerbaars, iets onheilspellends was de oorzaak. Ik kwam er maar niet achter. De tijd moest het leren.

Pas toen St. Nicolaas met al zijn flauwekul weer ingepakt en vergeten was, kwam het bovendrijven.

 

De uitnodiging !!

 

Dat was het, het was immers bedekt aangekondigd in augustus, “misschien houden wij wel weer een reünie………”

De woorden waren nog niet uitgesproken door Fets, of ze waren al verdrongen naar de diepe krochten van de geest waar ze hopelijk voor immer verborgen zouden blijven. Niets was minder waar, in de donkere dagen voor de Kerst zochten deze woorden hun weg naar boven  en bleven deze als het zwaard van Damocles boven mijn hoofd hangen.

De vraag was niet langer óf  er een uitnodiging zou komen, maar wannéér deze tijding op de mat zou vallen.

 

En toen…….., thuiskomst na een dag van noeste arbeid. Ik las het aan de lichaamstaal van Mir. Ze was té opgewekt, net een beetje teveel “van er is niets aan de hand”. Het enige wat ik nog uit kon brengen was… “is ie er ?”…. Mir knikte, bijna niet merkbaar. En opnieuw werd het zwart voor de ogen, en opnieuw liet ik mijn tranen de vrije loop in de armen van mijn allerliefste.

 

Ik had ze net zo mooi verdrongen, al die zwaar traumatische ervaringen van La Motte 2004. Al die tegenvallers, die beproevingen en aanslagen. Moest ik dit alles weer opnieuw ondergaan en deze kwelgeesten van medegasten weer opnieuw onder ogen komen.

De Tweeling. Een was al te erg. Laat staan twee van dezelfde soort. Twee van die belachelijke lopers en fietsers, twee doelloze energie verkwisters waarvoor de meest lange en uitputtende routes niet ver en slopend genoeg waren. Nog niet eens lokkend door bevallig deinende billen lieten zij zich ook dit jaar weer meesleuren door duivelse driften.

Blijkbaar is dat voor de heren het enige overgebleven middel om tot surrogaat orgastisch genot te komen.

Want waarvoor anders zou je het in hemelsnaam doen. De Labrador werd gespaard en keek gelukkig.

De Tweeling die zich schaamteloos uitnodigden voor dis en drank, zich rimpelloos invoegden in alle onzin gesprekken en net deden alsof oeverloos gebazel op La Motte gewoon was en alles met wijn en Armagnac te koop zou zijn. Wat ook zo was natuurlijk.   

De Tekenaar die rare plaatjes tekende van rare monsters die werkelijk door niemand werden begrepen, en vervolgens door zijn echtgenote in de ban werden gedaan, enkel en alleen om te demonstreren dat zij het wel begreep. Gelijk de kleren van de Keizer.

En dan Staartmans. Een onschuldige lamsbout werd op de meest brute wijze door hem uiteengerafeld en verkracht met oriëntaalse vruchtjes en wat niet meer zij. En wat deed het onbeschrijflijk pijn te moeten bekennen dat het eindresultaat goddelijk lekker was en dat ik ongegeneerd de kom heb uitgelikt toen niemand het zag.

Diezelfde man die oorkondes uitreikte aan lieden die een zogenaamde prestatie geleverd hadden door een paar stappen door  een riviertje te lopen en daarna in een badkuip te springen. Dagelijks, tot twee maal toe elke dag, heb ik mijn moede lijf helemaal naar boven gezeuld naar de koffie en wijn. Elke dag heb ik gebeden en op blote knieën hem gesmeekt om ook een oorkonde ter waardering van deze prestatie. Niets is mij ten deel gevallen. Enkel en alleen zijn hoongelach.

De Horde. De kudde pubers, tot aan de nek gevuld met testosteron en oestrogeen. De hormonen gierend door hun aderen. Die de nachtrust van wél zeer opgevoede en welgemanierde campeurs systematisch verstoorden met zinloos gepraat en zelfs gelach. Tot diep in de nacht en vroege morgen galmde het gerinkel van flessen en het knappen van opgeblazen condooms tot ver in de omtrek. Het dreef  met orden gierend door hun vaten die de nachtrust van wel zeer opgevoede en welgemanierde campinggasten systimatisch  een badk,,  gasten tot absolute waanzin en transformeerde ze tot nachtelijke waterdragers.

De Strohoed. Onverstoorbaar en flegmatiek tot het uiterste. Niet op onvertogenheid te pakken, onhoorbaar slurpend aan de koffie morgens, nippend aan de rosé avonds. Geen grove taal of boze woorden, onberispelijk gekleed met onafscheidelijke strohoed, welbespraakt, hoffelijk en goedgemanierd. Om kompleet gek van te worden. Dan nog liever……

De Woordenvallen. Als watervallen, niet te stuiten en te stoppen woordenstromen kwamen over hun lippen. Een met een bos grijze weerbarstige niet te temmen keratine op haar hoofd, een vrijwel zonder haar met een bef-kuifje op kop, en een getooid met wat pieken dat een kapsel moest voorstellen, zo verschillend waren ze. Ze hadden in hun verschillen echter een opmerkelijke overeenkomst. De kunst van het anti-koken. Ware kunstenaressen in het culinair minimalisme waren het. Alle drie niet voor elkaar onderdoend in het vermijden van het aanrecht. Met verve werd deze kunst met elkaar gedeeld.

 

Hoe is het bij God mogelijk een complete camping te vullen met louter dit soort lieden. Dat moet het werk zijn van of, een  wel heel verwrongen geest dan wel van een buitengewoon geniaal brein.

Wellicht is het een verzamelaar.

Een verzamelaar die mensen verzameld die buitengewoon zijn, en daarmee buiten op La Motte, gewoon zijn.

Laten we het daar maar op houden.

 

Enige weken na het binnenvallen van de onheilstijding oftewel de uitnodiging kwam de verlossing.

Een mailtje van Duco liet ons weten dat een complete schare genodigden na eerdere toezeggingen had afgebeld.

Een verschijnsel jouw niet helemaal onbekend.

Duco niet blij, Fets snapte er weer niets van.

Wij behoorden samen met Geert en Sjakelien, Rob en Hennie, en Guus tot de laatste helden die de geworpen handschoen  op durfden te nemen.

Nu heb ik van mijn zeer wijze schoonvader geleerd dat het uithanden geven van de regie niet altijd even slim is. Onverwachte verrassingen, plichtplegingen, beleefdheden kunnen dan je deel zijn.

Dus “if you can’t beat them, join them” .

Mir en ik hebben dus dat clubje van negen toen maar hier in Tegelen uitgenodigd.

Met Limburgse vlaai, een hompje kaas, wat paté, een flesje wijn en natuurlijk de foto’s van Fets werd het toch nog gezellig.

We hebben tenminste niet hoeven wandelen.





Nou beste vrienden

Het bovenstaande verhaal staat nu al 2 jaar op gezelschap te wachten. Ik wil niet geloven dat niemand denkt beter te kunnen schrijven. Ja, wat doe je dan? Maar weer Lon, bij gebrek aan variatie?



Beste Marcel,

Mag ik beginnen jou, en alle die jou dierbaar en lief zijn, veel geluk toe te wensen in 2007.

Niet dat het veel zal helpen, maar een ander het geluk, wat het ook voor die ander mag betekenen,van harte te gunnen  kan m.i. nooit geen kwaad. Bij deze dus.

Alles is relatief wordt wel geroepen, voor geluk en gelukkig zijn geldt dat wel in het bijzonder lijkt mij. Wat voor de een op het randje van het existeren gezien wordt, kan voor de ander weldadige luxe zijn. Geluk, en dat is welhaast zeker zit niet in geld en het daarmee samenhangend materialisme. Waarbij wel gesteld mag worden als geld al niet gelukkig maakt het je wel in staat stelt heel comfortabel ongelukkig te zijn. Waarbij comfort ook al weer erg relatief is.

Is gezond gelijk aan geluk ? misschien wel, maar alleen op het moment als je ziek bent. Of anders gezegd: een gezond iemand heeft vele wensen, een ziek iemand maar een.

Zo mag het een Godswonder heten dat onze generatie, waarbij ik jou voor het gemak maar bijschaar, überhaupt nog leeft wanneer ik hoor waar wij allemaal aan blootgesteld werden in vergelijk met de huidige knuffelgeneratie.

Het begon al in onze aller prilste jeugd, niks geen echootje van een onooglijke wurm om te kijken of alles goed was, geen vruchtwater of vlokkentest om eventuele onvolkomenheden op te sporen. Gewoon laten  komen hoe het kwam. Er waren toen ook geen aanstaande ouders met vreselijke dilemma's of ze hun kindje met een hazenlipje, 6e vingertje of flapoortje wel geboren moesten laten worden zoals nu. Geen open verloskamers met wijze gynaecologen verloskundige, kraamhulpen en betweterige fysio's. Maar gewoon kindje poepen als de tijd rijp was in de echtelijke sponde daar waar het ook allemaal was begonnen. Geen spenen met veiligheidsgarantie en de poedermelk werd aangelengd met water zo uit de kraan! We sliepen op onze buik, onder dons en in gesloten ledikantjes of misschien wel in een spijlenbedje waarvan de spijlen niet de exact voorgeschreven afstand hadden. Wellicht was het kinderzitje verstoken van een keurmerk en was het gelakt met verf niet op waterbasis. We kleurde met kleurpotloden die we zomaar in onze mondjes stopten en het ene speeltje dat we van oma kregen bevatte toen meer weekmakers als nu een hele productie.

Achter op de fiets van mamma waren de zadelveren vrij toegankelijk voor kindervingertjes en de auto van papa werd niet jaarlijks gekeurd ,autokinderstoeltjes bestonden eenvoudigweg niet. Zelfs de chauffeur van het schoolreisbusje had geen EHBO diploma.

We speelden zomaar op straat, klommen in bomen en in klimrekken die niet eens splintervrij waren. Het zwemwater van het kanaal kende geen bacteriologisch rapport evenmin als het ijs van Janus op het Bassin.

Voor de houdbaarheid van het voedsel ging men af op de reuk en alleen een blik wat zo bol dat het bijna barstte werd niet meer gebruikt.

Antibiotica kreeg je als je op sterven na dood was en koorts was gezond. We kregen de mazelen, de bof en rode hond maar hadden geen hooikoorts of allergie. De onderwijzer had altijd gelijk en je kinderzieltje werd niet onherstelbaar en voor eeuwig getraumatiseerd wanneer je in de hoek moest staan of een draai om je oren kreeg. De onderwijzer mocht na zulks voorval zowaar zijn baan behouden.

Nu ik de bijna magische grens van 50 ben gepasseerd mag ik dat schrijven. Eindelijk hoef ik mij niet meer brallerig progressief te gedragen maar mag ik mij zonder gêne bij de oude reactionaire conservatieve oude lullen scharen die niets beter te doen hebben dan de goede oude tijd te verheerlijken en roepen dat vroeger alles beter was. Het doet me goed!

Ik denk dat het begonnen is in de herfst 2005. Toen ik op La Motte onder het genot van te veel Cote du Rhône onder jouw bezielende leiding en in aanmoedigend gezelschap van de even zo zeer benevelde Mir, Fets en Duco aan mijn zo nu beminde Solex aan het sleutelen was.

Nu terugblikkend was de hernieuwde kennismaking met die frêle Franse pruttelhoer het begin van de ommekeer. Vanaf toen mocht ik terugblikken en ommezien. Vanaf toen was nostalgie geen vies woord meer. Dochterlief mocht op kamers, zoneman mocht thuis komen wanneer het hem zinde en hun schoolprestaties werden opeens meer hun verantwoordelijkheid dan de mijne. Mir werd alleen maar mooier en liever en het minnespel meer genieten dan presteren.

Vrije tijd kostbaar en geld verdienen verzaakbaar. Lezen en muziek een lust en tijd voor z'n tweeën een must.

Onze kinderen zijn me lief, meer dan ik hier kan beschrijven. Maar in alle eerlijkheid, de twee weken met Mir op La Motte zonder kinderen waren even zo zeer onbeschrijflijk.

We hebben genoten, van elke dag, van elk moment. We konden weer heerlijk lekker hangen in de hangmat,ons wijntje drinken en ons potje koken. Alleen of met andere. Bij de tent of op jouw terras  met het oventje. Heerlijk was het.

Kennismaken met nieuwe en oude bekenden aan de tafel en op vrijdag aan het kampvuur. Genieten van de muziekanten en een jointje.

We hebben het allemaal weer gezien en beleefd. Er was weer genoeg te beleven op het terrein.

Duco en Fedde. De meester en gezel. Met onverstoorbaar geduld werd Fedde ingeleid in het hanteren van snoeitang en zaag. En ondertussen in meer dan dat. Zijn hormonen werden opgestuwd tot voor hem ongekende waarden.

Arriveerde er nieuwe gasten op het terrein, was Fedde er als de kippen, of liever gezegd als de haan, er bij om te kijken of en iets van de andere kunne uit de auto kwam en of dat enigzinds in zijn leeftijd categorie viel. Zijn marge was soms ruim hierin en behoefde wel eens enige bijstelling.

Fedde maakte kennis met zijn eerste kater, er werd druk gespeculeerd, en ik heb zelfs gehoord dat er weddenschappen zijn afgesloten of Fedde ook zijn eerste poes mocht ontmoeten in zijn La Motte paleisje.

Fedde moest het echter hierbij afleggen tegen een wel heel ongebruikelijke concurrent.

Niet de vieriele jongeling maar een al behoorlijk op leeftijd zijnde pittige Fransoos viel de eer te beurt kennis te mogen maken met het nagenoeg ontblote geslacht van een jonge gewillige vrouwelijke campinggast. De Fransoos in kwestie had eerst danig indruk gemaakt door een ongemeen steile helling in een record tijd te beklimmen. Die prestatie was de dame niet onopgemerkt gebleven, en ze moet dan ook gedacht hebben: als hij een berg al zo kan besteigen dan moet hij mij toch zeker wel van dienst kunnen zijn.

En zo wipte zij ongegeneerd, met de totaal overbodige mededeling dat zij geen slipje droeg, ongevraagd op de bijrijderstoel van de Mehari.

Onverstoord en of het de gewoonste zaak van de wereld was zette de licht blozende chauffeur het trotse vehikel in zijn eerste versnelling.

Ik groet je.

Lon